De botanische revolutie

Bespreking in De Witte Raaf 214 van de tentoonstellingen en boek bij De botanische revolutie & Is it possible to be a revolutionary and like flowers?

(Of lees hieronder…)

De botanische revolutie & Is it possible to be a revolutionary and like flowers?

Classificeren verandert je waarneming. Hoe meer planten- en diersoorten je kent, hoe meer je lijkt te zien. Onze verhouding tot de natuur beïnvloedt op onvermoed veel manieren ons denken, ons gemoed, en ook de maatschappij. Curator Laurie Cluitmans noemt het botanische ‘revoluties’ en bracht een weelde aan ideeën en kunstwerken samen in twee tentoonstellingen in Rotterdam (Nest) en Utrecht (Centraal Museum), en in een boek (uitgeverij Valiz).

Daarin komt onder meer naar voren dat classificeren ook ten koste van de waarneming kan gaan. Het wetenschappelijke classificatiesysteem van Carolus Linnaeus uit de achttiende eeuw verdrong bestaande lokale, maar niet op schrift gestelde kennis over planten en hun uitwerking. Daarmee verdween veel kennis over de samenhang tussen mens en natuur. Het systeem werd bovendien gefundeerd op geslachtelijke voortplanting, waarbij andere geslachtsvormen dan de mannelijke en de vrouwelijke werden genegeerd. De soort homo sapiens werd vervolgens ingedeeld op grond van huidskleur, waarbij sommige bevolkingsgroepen volledig werden uitgesloten. Daarmee werd een ‘wetenschappelijke’ basis gelegd voor de rechtvaardiging van slavernij. 

Op het plein voor het Centraal Museum wordt een onvermoed gevolg van de slavernij tastbaar. Maria Thereza Alves traceerde in Seeds of change; a ballast flora garden (Liverpool) (2021) sporen van de trans-Atlantische slavenhandel aan de hand van de plantengroei in havensteden. Op de schepen werd aarde geladen als ballast, die bij aankomst gedumpt werd. In heel Liverpool determineerde Alves plantensoorten die in de rest van Engeland niet of nauwelijks voorkomen, maar wel in landen waarmee in mensen gehandeld werd. Enkele van deze plantjes werden in Utrecht opnieuw gekweekt. Zo wordt in deze exposities steeds geschakeld tussen grote maatschappelijke verhalen en kleinere, tastbare elementen uit de natuur.

In Nest is een reeks boeketten van Camille Henrot te zien waaraan de tentoonstellingstitel is ontleend: Is it possible to be a revolutionary and like flowers? (2012-2021). Tijdens een periode van rouw verdiepte Henrot zich in ikebana, de Japanse bloemschikkunst. Ikebana kan de beoefenaar troost bieden, maar zou ook generaals geholpen hebben hun oorlogsstrategie helder te krijgen. Henrot gebruikte het om boeken naar bloemstukken te ‘vertalen’, als associatieve manier om te beschrijven zonder vast te pinnen.

Iets verderop laat Milena Bonilla met Dark Fading Chlorophyll (Luxemburg) (2019) zien hoe ook activiste Rosa Luxemburg troost vond in de natuur – zelfs tijdens de langdurige gevangenschap ten gevolge van haar strijd voor de emancipatie van de arbeider. Naast betere arbeidsomstandigheden bepleitte Luxemburg ruimte voor zelfontplooiing en rust, die ze voor zichzelf vond in het samenstellen van een herbarium. Het werk van Bonilla bestaat uit drie beeldreeksen rond dat herbarium: een met dia’s van het inmiddels verbleekte herbarium (dat wordt bewaard in Warschau), een ander met dia’s naar foto’s van het herbarium, die worden bewaard in het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) in Amsterdam, en die eveneens verbleekt zijn. De derde reeks brengt iets van de verloren kleuren terug, middels brieven die Luxemburg vanuit de gevangenis schreef, waarin ze herhaaldelijk kleurschakeringen in de natuur benoemt.

Wat opvalt is het ontbreken van kunst die expliciet opkomt voor de natuur en biodiversiteit, zoals in tentoonstellingen in Museum Het Valkhof (Red het bos! Save the forest!) en in Framer Framed (Court for Intergenerational Climate Crimes). Eerder dan planten zijn het mensen die hulp nodig hebben ofwel vinden, in bijvoorbeeld gemeenschapsprojecten en in tuinieren. Zo wordt de toon soms wat zoet. Toch wordt met onder meer het werk van Ian Hamilton Finlay ook de donkere kant van de natuur belicht. Het samengaan van groei en dood, van vrede en meedogenloosheid, is een terugkerend thema in zijn oeuvre. In Arcadia (1973) verving hij de camouflagekleuren van een tank door een plantenpatroon. Dat woord keert terug in Den Haag, boven het punt waar zoet duinwater de hofvijver binnenstroomt, en dus het politieke centrum van Nederland. Daar bracht Finlay (al in 1998) de woorden ‘et in arcadia ego’ aan, een zin die zowel een herinnering aan aardse paradijzen als een memento mori inhoudt.

Het meest onheilspellend wordt de tentoonstelling waar – voor de oplettende bezoeker – het einde van de mens op aarde wordt voorzien. Met enig optimisme citeert Cluitmans in haar catalogusessay ‘On the necessity of art and gardening’ eerst nog Tetsumi Kudo (1935-1990), van wie in het museum Pollution – cultivation – nouvelle écologie (Grafted Garden) uit 1970-1971 te zien valt: een soort moestuin waarin lichaamsdelen en plastic bloemen lijken te zijn geënt op aluminium palen. Kudo zag hoop in een nieuwe ecologie, waarin technologie en natuur met elkaar versmelten. Maar dan moest de mensheid wel haar dominante positie opgeven voor een nauwe samenwerking met de natuur. ‘In this new ecological system, it is not possible that human dignity alone should retain the hauteur of a king,’ stelde hij in zijn (handgeschreven) manifest Pollution – Cultivation – New Ecology (1972). 

Otobong Nkanga gaat met After We Are Gone (2020) een stap verder, maar biedt nog een andere vorm van hoop. Het werk is gemaakt in reactie op de vele bosbranden die in 2019 over de hele wereld woedden. Op een wandtapijt prijkt een geborduurde hybride plantensoort die de regeneratieve kracht van de natuur vertegenwoordigt. Als de mensheid weggevaagd is, evolueert de natuur verder op de puinhopen die we hebben achtergelaten. Cluitmans besluit haar essay in dezelfde geest: ‘After the fall, we can begin again.’ Waarin ze zich met het woordje ‘we’ subtiel vereenzelvigt met wat op dat moment nog maar in leven is.

• De botanische revolutie. Over de noodzaak van kunst en tuinieren, tot 9 januari 2022 in Centraal Museum, Agnietenstraat 1, Utrecht. Is it possible to be a revolutionary and like flowers?, tot 19 december in Nest, De Constant Rebecqueplein 20-B, Den Haag. Laurie Cluitmans (red.), On the Necessity of Gardening. An ABC of Art, Botany and Cultivation, Amsterdam, Valiz, 2021, ISBN 9789493246003.