Skip to content

Hans Op de Beeck @ Argos

We weten vaak niet waar we blij van worden. Dat idee wordt bevestigd door de nieuwe film van Studio Hans Op de Beeck, waarin we meegenomen worden naar een fictief cruiseschip, de Sea of Tranquillity. Er is haast geen verschil te bespeuren tussen de emoties van de vakantiegangers en die van het personeel dat werkt op het schip. Nu en dan verraadt een klein gebaar – een zucht, een nerveus de slapen wrijven – iets over hun gevoelsleven, maar veelal hebben ze een opvallend neutrale gezichtsuitdrukking.

Tijdens een werkverblijf in Saint-Nazaire, Frankrijk, raakte Op de Beeck gefascineerd door de lokale industrie rond cruiseschepen. De Queen Mary 2 voer uit, op dat moment het laatste antwoord in een voortdurende strijd tussen fabrikanten om het grootste schip ooit te maken. Het werd, zoals zijn voorgangers, gepresenteerd als een ‘legende’. Maar dan wel een zonder geschiedenis, zonder de  jaren die verstrijken voordat iets gewoonlijk een legende genoemd wordt.

Hans Op de Beeck wijst met zijn schip op het misplaatste belang dat mensen vaak hechten aan eigenschappen als ‘grootste’ of ‘nieuwste’. Zijn eigen schip geeft hij een historisch aura door de film te presenteren in een totaalinstallatie die doet denken aan musea zoals je ze, als je geluk hebt, in kleine stadjes nog wel eens tegenkomt: met maquettes (hier o.a. van het schip in de nacht), vitrines (met Sea of Tranquillity-serviesgoed) en wassen beelden (van twee figuren uit de film: een werkster en de kapitein, beide beklemmend realistisch uitgevoerd).
Op de Beeck heeft zich op de echte schepen verbaasd over wat mensen kennelijk een prettige vrijetijdsbesteding vinden: verblijf in een geheel risicoloze geïsoleerde varende stad, met inwisselbaar 24-uurs vermaak in een onorigineel luxe interieur. Het is misschien niet zozeer Op de Beecks visie die boeit; je kunt ook wel naar een pornovideotheek gaan en je vervolgens uitspreken tegen het kortstondige geluk van vleselijke lusten, maar wat zeg je dan dat we niet al wisten. De manier waarop hij wijst op onze soms zo misplaatste verlangens is echter intrigerend. Het geheel van film en installatie is een aaneenschakeling van krachtige beelden in een uiterst verleidelijke esthetiek, met wat mij betreft als hoogtepunt een optreden van sambadanseressen gefilmd in slow motion, met zachtjes wuivende verentooien, in een sterk contrasterend kil theater. Een opvallende rol is weggelegd voor een jazznummer met een catchy refrein dat ik dan ook zo uit mijn hoofd opschrijf: ‘I need a sea of tranquillity washing away all of my sadness so I can regain some calmness and peace, a final release, please let me drift away.’ Een weinig literaire tekst, zoals zo veel liedjes over de wensen van het hart wat eendimensionaal zijn, maar ook herkenbaar en meeslepend. Op de Beeck koppelt in zijn wereld van eenzaam design vormgeving aan ons streven naar rust, zuiverheid, veiligheid, geluk. Zijn werk kenmerkt zich door een perfectie in uitvoering, een voorkeur voor gladheid die elke bezitter van een Mac-product zou moeten herkennen. Direct daaraan gekoppeld is het falen ervan: de eerste kras of vingervlek. En daarmee een wantrouwen in menselijk verlangen.

Hans Op de Beeck, ‘Sea of Tranquillity’, 25 jan. – 2 apr. 2011, Argos, Brussel

‘Misplaatst verlangen’, De Groene Amsterdammer 10 februari 2011 & Knack 16 februari 2011

Misplaatst verlangen
beeldende kunst: ‘Sea of Tranquillity’

We weten vaak niet waar we blij van worden. Dat idee wordt bevestigd door de nieuwe film van Studio Hans Op de Beeck, waarin we meegenomen worden naar een fictief cruiseschip, de Sea of Tranquillity. Er is haast geen verschil te bespeuren tussen de emoties van de vakantiegangers en die van het personeel dat werkt op het schip. Nu en dan verraadt een klein gebaar – een zucht, een nerveus de slapen wrijven – iets over hun gevoelsleven, maar veelal hebben ze een opvallend neutrale gezichtsuitdrukking.
Tijdens een werkverblijf in Saint-Nazaire, Frankrijk, raakte Op de Beeck gefascineerd door de lokale industrie rond cruiseschepen. De Queen Mary 2 voer uit, op dat moment het laatste antwoord in een voortdurende strijd tussen fabrikanten om het grootste schip ooit te maken. Het werd, zoals zijn voorgangers, gepresenteerd als een ‘legende’. Maar dan wel een zonder geschiedenis, zonder de jaren die verstrijken voordat iets gewoonlijk een legende genoemd wordt.

Hans Op de Beeck wijst met zijn schip op het misplaatste belang dat mensen vaak hechten aan eigenschappen als ‘grootste’ of ‘nieuwste’. Zijn eigen schip geeft hij een historisch aura door de film te presenteren in een totaalinstallatie die doet denken aan musea zoals je ze, als je geluk hebt, in kleine stadjes nog wel eens tegenkomt: met maquettes (hier o.a. van het schip in de nacht), vitrines (met Sea of Tranquillity-serviesgoed) en wassen beelden (van twee figuren uit de film: een werkster en de kapitein, beide beklemmend realistisch uitgevoerd).
Op de Beeck heeft zich op de echte schepen verbaasd over wat mensen kennelijk een prettige vrijetijdsbesteding vinden: verblijf in een geheel risicoloze geïsoleerde varende stad, met inwisselbaar 24-uurs vermaak in een onorigineel luxe interieur. Het is misschien niet zozeer Op de Beecks visie die boeit; je kunt ook wel naar een pornovideotheek gaan en je vervolgens uitspreken tegen het kortstondige geluk van vleselijke lusten, maar wat zeg je dan dat we niet al wisten. De manier waarop hij wijst op onze soms zo misplaatste verlangens is echter intrigerend. Het geheel van film en installatie is een aaneenschakeling van krachtige beelden in een uiterst verleidelijke esthetiek, met wat mij betreft als hoogtepunt een optreden van sambadanseressen gefilmd in slow motion, met zachtjes wuivende verentooien, in een sterk contrasterend kil theater. Een opvallende rol is weggelegd voor een jazznummer met een catchy refrein dat ik dan ook zo uit mijn hoofd opschrijf: ‘I need a sea of tranquillity washing away all of my sadness so I can regain some calmness and peace, a final release, please let me drift away.’ Een weinig literaire tekst, zoals zo veel liedjes over de wensen van het hart wat eendimensionaal zijn, maar ook herkenbaar en meeslepend. Op de Beeck koppelt in zijn wereld van eenzaam design vormgeving aan ons streven naar rust, zuiverheid, veiligheid, geluk. Zijn werk kenmerkt zich door een perfectie in uitvoering, een voorkeur voor gladheid die elke bezitter van een mac-product zou moeten herkennen. Direct daaraan gekoppeld is het falen ervan: de eerste kras of vingervlek. En daarmee een wantrouwen in menselijk verlangen.

Hans Op de Beeck, ‘Sea of Tranquillity’, 25 jan. – 2 apr. 2011, Argos, Brussel

Lynne van Rhijn

Categories: recensies.