Skip to content

Benjamin Huseby en Lars Laumann

Even lijkt de titel een flauwe paradox, zoals er in de beeldende kunst wel meer voorkomen: You Can’t Pretend To Be Somebody Else – You Already Are. Maar bij een blik op deze drie figuren, mannen in vrouwenkleding, wint hij al direct aan inhoud.

Aan het beeld van transseksuelen kleeft vaak iets tragisch, hoe mooi en zelfverzekerd ook – in een verkeerd lichaam geboren zijn, daar doe je nu eenmaal niks aan. In dit dromerige plaatje geven die mannenlichamen, zo gracieus landerig in pruiken en frêle gewaden, een prettige ruis. Ze maken dat de foto zich beweegt tussen een spread in een hip modetijdschrift, en een zoet schilderij à la Miranda (1875) van de pre-rafaëlitische schilder John William Waterhouse, waarop we een vrouw verlangend zien uitkijken over zee.

Deze foto, die ik het voorjaar van 2011 ‘ontdekte’ bij West in Den Haag, is een opname uit een film van Lars Laumann (1975) en Benjamin Huseby (1978). Laumann is een beeldend kunstenaar die werkt met film, Huseby is zowel mode- als autonoom fotograaf en bij beide zien we een onverhulde voorkeur voor romantiek. Een terugkerend onderwerp in de films van Laumann is onmogelijke liefde. Zo maakte hij in 2008 een werk over een vrouw die trouwde met de Berlijnse Muur. En in 2009 ontstond Shut Up Child, This Ain’t Bingo, een documentaire-achtige film over een vriendin, Andvig, die een relatie kreeg met een ter dood veroordeelde gevangene. ‘Onmogelijke liefde’ is eigenlijk geen goede omschrijving van het onderwerp, want deze films lijken juist meer een onderzoek naar hoe onmogelijk die liefde nu precies is. Andvigs verlangen naar haar vriend op death row, die ze alleen kent van achter glas en door de telefoon, is zo sterk dat ze gelovig wordt en rekent op een wonder. Daardoor blijft ze zelfs op het moment dat hij wordt gedood vrij opgetogen. Ze heeft het volste vertrouwen dat hij, voor zijn lichaam gecremeerd wordt, weer op zal staan en naar haar toe zal komen.

In You Can’t Pretend To Be Somebody Else – You Already Are valt een soortgelijke thematiek te bespeuren. Laumann en Huseby zijn grote liefhebbers van Christa Päffgen (1938-1988), beter bekend als Nico, zangeres van The Velvet Underground en lieveling van Andy Warhol, Lou Reed en Jim Morrison. Een muze met een jongensnaam, die naar het schijnt ook liever een man was geweest. De mythe rond Nico eindigt met een dodelijke val van de fiets op Ibiza, waar ook deze film is opgenomen. Drie acteurs verbeelden Nico uit de jaren zestig, zeventig en tachtig, met blond, zwart en rood haar. Een voice-over, wellicht naar een flard uit een interview, verwoordt Nico’s wens dat er een biografie over haar geschreven zou worden: ‘I always wanted someone to write my autobiograph [sic]. An autobiograph that is half true, and half not true. A mixture that cannot be untangled.’ En zo is deze film: een intuïtief amalgaam van sfeerbeelden en nagespeelde biografische gegevens van een leven, waarvan bovendien de mythe toch al bekender is dan de feiten.
Het werk is dan ook te zien als een ode aan Nico, maar ook als een ode aan fan-zijn in het algemeen, of breder nog aan het verlangen iemand anders te zijn dan je bent. Door het vermengen van feit en fictie lijkt dat verlangen hier enigszins van z’n onmogelijkheid ontdaan. Of beter gezegd: het verschil tussen waar en verzonnen doet er niet meer zo toe. Wie zo sterk in de huid van een ander kruipt, in het beeld van diegene, wordt als het ware zelf een beetje fictief.

PhotoQ Jaarboek 2011 2012, p.158-159

Categories: - nieuws -, recensies.