Colección Jumex – Mexico City

De collectie van de Mexicaanse vruchtensapfabrikant Jumex is een van de grootste verzamelingen van hedendaagse kunst in Latijns-Amerika, zo niet de grootste. En dat terwijl ze pas tien jaar bestaat. Niet alleen het tempo waarin wordt aangekocht is indrukwekkend. Colección Jumex kiest voor werk dat doorgaans moeilijk verkoopt zoals installaties en video, vaak met een conceptuele inslag. Latijns-Amerikaanse kunst, benadrukt Jumex, is wat dat betreft niet anders dan kunst uit ‘het westen’.

Colección Jumex wordt geleid door Eugenio López Alonso (1969) [interview], de enige erfgenaam van het Jumex-fortuin. López staat bekend als een playboy met jongensachtige charme – maar dan wel een die liever een werk van Jenny Holzer koopt dan een gouden horloge. Terwijl verzamelaars in Mexico voorheen bekend stonden als conservatief, heeft López de lokale ‘jet set’ laten zien dat juist ook mediakunst en installaties heel begerenswaardig kunnen zijn. Er wordt wel gesproken van ‘het Jumex-effect’: als López een kunstenaar in zijn stal van favorieten opneemt, zijn er tal van verzamelaars die daarna die kunstenaar ook in hun collectie willen.

In naam is López, die bedrijfskunde studeerde aan de Universiteit van Mexico, hoofd marketing van het bedrijf van zijn vader. In de praktijk vliegt hij de wereld over om biënnales, openingen en dinner parties met kunstbobo’s bij te wonen. Ook houdt hij van de spanning van kopen op veilingen. Giancarlo Giammetti, een andere grote koper van hedendaagse kunst, zou eens geklaagd hebben dat schijnbaar iedere keer als hij verslagen werd op een veiling, López de winnende bieder bleek. Daarnaast heeft Jumex een aantal adviseurs, waarvan er één fulltime werkt voor Jumex. In aantallen heeft dat geleid tot een collectie van meer dan 2300 stukken, verzameld in een periode van ongeveer tien jaar – een gemiddelde van zo’n twintig aanwinsten per maand. Tijdschrift Forbes hield eind 2004 de kosten van de collectie op $80 miljoen.

sociaal getint
De glamourkant van deze collectie neemt niet weg dat de inhoud ervan met toewijding en oog voor kwaliteit is samengesteld. Alle soorten media worden aangekocht en er is een voorkeur te bespeuren voor sociaal getint werk, voor kunst over de stedelijke context, maar ook voor kunst die over kunst gaat. En dat alles vaak in de vorm van het post-conceptuele of post-minimalistische soort van werk waar hedendaagse Mexicaanse kunstenaars rond de eeuwwisseling mee zijn doorgebroken. Kunstenaars als Gabriel Kuri (1970) en Dr Lakra (1972), beide uit de stal van de Mexicaanse topgalerie Kurimanzutto en beide bekend van sociaal geëngageerd maar tegelijk ook speels werk, zijn in deze collectie dan ook helemaal thuis. Zo is er van Kuri het werk Ejercicio 2005-2006 (I) (2006), waarin hij een schijnbaar wankel evenwicht creëerde tussen een stapel bonnetjes met z’n associaties van commercie, en ‘puur natuur’ stenen. Dr Lakra is tattoeëerder, maar exposeert met werk waarin hij zijn tattootekeningen toepast op foto’s uit oude tijdschriften. Dromerige plaatjes van een ideale maatschappij krijgen zo een duistere lading.

Mexico in internationale context
De Mexicanen in de collectie worden geplaatst in de context van ‘westerse’ internationale hoogvliegers als bijvoorbeeld Fischli & Weiss, Louise Lawler en Paul McCarthy. Het gelijk behandelen van Mexicaanse en internationale kunst typeert López. Toen hij begin jaren negentig voor zichzelf kunst begon te kopen, volgde hij in eerste instantie zijn eigen, destijds vooral Amerikaanse smaak. Maar toen López in de jaren negentig galerie Chac Mool opende, in Beverly Hills, besloot hij enkel Latijns-Amerikaanse kunstenaars te tonen. De Jumex-collectie begon hij met een aantal klassieke minimalistische en conceptuele stukken, zoals van Donald Judd en Joseph Kosuth. Toen López de stap zette naar hedendaagse kunst nam hij al snel adviseurs in de arm. Patricia Martin bijvoorbeeld, die werkte voor Lisson Gallery in Londen. Hij vroeg haar om Brit Art te kopen, met een budget van $100.000. Al vroeg pikte López ook de Mexicaanse kunstenaar Gabriel Orozco (1962) op, die momenteel de belangrijkste kunstmusea aandoet met een groot overzicht van zijn werk. Ook kocht hij stukken van Damían Ortega (1967), eveneens Mexicaans. Ortega is vooral bekend van Cosmic Thing uit 2002, een technisch complexe installatie van een gedeconstrueerde Volkswagen Kever, waar Jumex $500,000 aan zou hebben bijgedragen. Naast deze lokale kunstenaars werden zoals gezegd vooral ook veel andere internationale grootheden als Maurizio Cattelan, Francis Alÿs en Doug Aitken aangekocht. Er ontstond zo een kern van Mexicaanse werk, naar schatting een derde van de collectie. Deze wordt omringd door vooral Amerikaanse kunst, eveneens een derde van de collectie, en verder met met name Europees en wat Zuid-Amerikaans werk.

Het schijnbaar eindeloze budget van een bedrijfscollectie als Jumex maak dat het, in tegenstelling tot de meeste musea, de mogelijkheid heeft om kunstenaars te blijven volgen en zo op eigen kracht een representatief beeld kan geven van een oeuvre. Van Louise Lawler bijvoorbeeld zijn er wel zestig werken, van Gabriel Orozco ongeveer veertig, van Richard Pettibone een stuk of 35. Voor de kunstwereld een prachtig resultaat – voor Jumex is zo’n collectie natuurlijk ook gewoon een investering en goede marketing. Of ook de mensen die in de fabriek werken er iets mee kunnen is de vraag, die het werk Dynamo Secession (1997) van Maurizio Cattelan in de context van deze collectie pijnlijk oproept. Het werk bestaat uit twee fietsen met dynamo, verbonden aan een peertje. In Jumex-uniform geklede arbeiders laten hiermee al fietsend een peertje branden, dat een gedeelte van de expositieruimte verlicht.

meer dan aankopen
De van oorsprong Franse Michel Blancsubé is registrar van de collectie en nu en dan ook curator: ‘Jumex heeft veel speelgoed en ik mag daar mee spelen.’ omschrijft hij zijn werkzaamheden. Zijn visie op het nut van dit ‘speelgoed’ komt van de Franse auteur Georges Bataille (1897-1962). Die beschreef in La part maudite (1949) een ‘algemene economie’ van de ‘verspilling’. Bataille keerde zich tegen de nadruk van de maatschappij op productie, en wees op het altijd aanwezige ‘overschot’. Een overschot dat alleen maar verspild kan worden, in destructie en oorlog, maar ook in luxe, erotiek en kunst. Blancsubé: ‘Een volk heeft behoefte aan verspilling om boven zichzelf uit te kunnen stijgen, om zich te ontwikkelen. In kunst kunnen we over onszelf dromen.’ Zoals de Azteken mensenlevens offerden voor het algemene goed, zo spendeert Jumex een fortuin aan kunst. Leg dat maar eens uit aan de armlastige Mexicaanse bevolking. Gelukkig is er ook meer direct resultaat. Naast de vele aankopen die steun bieden aan talloze kunstenaars en galeries zet de organisatie zich op allerlei manieren in voor de lokale kunst. Zo zijn er individuele fondsen, een openbare kunstbibliotheek, bussen die bejaarden en schoolkinderen naar Jumex brengen voor een rondleiding, en er worden lessen in Latin Art aan kunstacademies en colleges in de VS gefinancierd. Ook is er steun aan exposities buiten Jumex: naar schatting sponsort het een derde van de exposities van hedendaagse kunst in Mexico City. Er wordt veel werk uitgeleend, er worden curatoren uitgenodigd, en ook Amerikaanse museumprogramma’s die gericht zijn op ‘latino’ kunst worden gesteund. Jumex, dat zo’n dertig werken van Francis Alÿs heeft, is ook hoofdsponsor van Alÿs’ huidige expositie in WIELS Contemporary Art Centre in Brussel.

anti-nationalisme
De Jumex-collectie is te zien als een poging om te bewijzen dat Mexicaanse en Zuid-Amerikaanse kunst niet fundamenteel anders is dan kunst die elders gemaakt wordt. Dat westerse en Mexicaanse kunst deels gelijke voorvaderen kennen in de experimentele kunst van de jaren zestig helpt daar zeker bij. De geschiedenis van de moderne kunst in Mexico kent grofweg twee sleutelmomenten, de Rupturas (‘breuken’), waarbij de uitwisseling met het buitenland een grote rol speelt. De eerste breuk is die van de kunstenaars die zich rond 1955 afkeerden van het nationalistische realisme dat gesteund werd door de regering. De nieuwe generatie kunstenaars wilde over de grens kijken, en ging experimenteren met meer op individuele uitdrukking gerichte kunstvormen als het abstract expressionisme. Later volgde een interesse voor de groepsactiviteiten van Fluxus, happenings en conceptuele kunst. Aan het begin van de jaren tachtig stak echter een nieuwe vorm van nationalisme de kop op: het neo-mexicanisme. Schilders ontdekten een rijk eigen verleden van folkloristische symboliek die commercieel goed lag. Bovendien werd dit werk actief gesteund werd door overheid, waarvan het imago mede door de slechte economie een flinke deuk had opgelopen.

De wereldwijde interesse in Mexicaanse kunst van de afgelopen jaren, die een hoogtepunt kende in 2002 met acht internationale tentoonstellingen met enkel hedendaagse Mexicaanse kunstenaars, zal mede te danken zijn aan de inspanningen van Jumex. Juist toen een jonge generatie Mexicanen wilde losbreken, halverwege de jaren negentig, kwam López in beeld. Op dat moment volgde namelijk de tweede breuk, die in z’n anti-nationalisme vergelijkbaar is met de eerste en mede mogelijk was door particuliere steun en geld van buiten Mexico. Geïnspireerd door onder andere het succes van Gabriel Orozco gingen kunstenaars Mexicaanse stereotypen mijden en zich richten op een wereldwijde contemporaine beeldtaal, waarbij ze teruggrepen op de experimentele kunst van de jaren zestig en zeventig. Dat het wegbreken van nationalisme in eerste instantie vooral heeft geleid tot groepsexposities met ‘hedendaagse kunst uit Mexico’ als thema is een ongelukkig toeval, waar dan ook veel kritiek op is geweest. De aanpak van Jumex, waarbij juist verschillende nationaliteiten in dialoog te zien zijn, verdient ook wat dat betreft lof.

kadertekst:
Colección Jumex, de bedrijfscollectie van de Mexicaanse tegenhanger van Appelsientje, werd officieel opgericht in 2001, toen het een expositieruimte opende op het ook daadwerkelijk naar sinaasappels geurende fabrieksterrein. Het gebouw ligt op zeker een half uur rijden van Mexico City, in Ecatepec, een onopvallende en vooral door forenzen bevolkte randgemeente. Een verborgen juweeltje is het niet meer te noemen. De afgelopen jaren is de spectaculaire collectie van Jumex steeds publieker geworden: onlangs kwam er een website en de tentoonstellingen zijn nu zonder afspraak te bezoeken. Er komt zelfs een nieuw museumgebouw, dat de collectie nog toegankelijker zal maken. Dit gebouw verrijst nabij Polanco, het meest chique gedeelte van Mexico City, en wordt met 2500 m2 expositieruimte zo’n 2,5 keer groter dan het huidige. Het ontwerp is van David Chipperfield Architects, bekend van vele andere museale projecten zoals Museum Folkwang in Essen en de verbouwing van het Neues Museum in Berlijn. De opening is gepland in de herfst van 2012.

‘¡Sin techo está pelón!’ werk uit de Colección Jumex, 14 oktober 2010 tot 29 februari 2011, Festival Internacional Cervantino (FIC), verschillende locaties in Guanajuato, Mexico

‘Gabriel Orozco’, tot 3 januari 2011, Centre Pompidou, Parijs, www.centrepompidou.fr

‘Francis Alÿs: A Story of Deception’, 9 okt. 2010 tot 30 januari 2011, Wiels Centre d’art contemporain, Brussel (B) (reist daarna door naar het Museum of Modern Art, New York), www.wiels.org

‘Colección Jumex – een spectaculaire verzameling in Mexico City’, Kunstbeeld 10, oktober 2010